Het uitgangspunt van de wet is dat overheidsinformatie openbaar is, tenzij de gevraagde informatie niet geschikt is om openbaar te worden gemaakt. Op die manier kunnen burgers meer inzicht krijgen in het overheidshandelen en zo beter deelnemen aan de democratie en de overheidsbesluitvorming.
De WOB onderscheidt actieve en passieve openbaarheid van bestuur. In het eerste geval geeft de overheid uit eigen beweging informatie over beleid en uitvoering, bijvoorbeeld via internet, persberichten, brochures, mededelingen in de Staatscourant of Postbus 51-spotjes.
Daarnaast kunnen burgers een verzoek doen tot openbaarmaking van bepaalde overheidsinformatie: het WOB-verzoek. Vooral journalisten maken van deze mogelijkheid gebruik. De overheid hoeft niet alle informatie openbaar te maken. Uitgezonderd zijn bijvoorbeeld de inhoud van contacten tussen de Koningin en bewindslieden en bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk zijn meegedeeld. Ook mag openbaarmaking de veiligheid van de staat niet schaden of de privacy van personen aantasten.
Wie kan een Wob-verzoek doen?
Iedereen kan de overheid verzoeken om informatie over welke bestuurlijke aangelegenheid dan ook. Ook niet-Nederlanders kunnen een Wob-verzoek bij de Nederlandse overheid indienen.
Hoe moet een Wob-verzoek er uit zien?
In tegenstelling tot alle inhoudelijke vereisten die de Wob kent, stelt de wet geen vormvereisten aan een Wob-verzoek. Van telefoon tot fax, van e-mail tot sms, met ieder denkbaar communicatiemiddel kunt u succesvol een Wob-verzoek doen. U hoeft daarbij ook niet te verwijzen naar de Wob. Bij elk verzoek om informatie moet het betreffende bestuursorgaan nagaan of de Wob op dat verzoek van toepassing is.
Wel moet een Wob-verzoek voldoen aan de volgende inhoudelijke criteria:
Aan wie kunt u een Wob-verzoek richten?
Een Wob-verzoek moet gericht zijn aan een bestuursorgaan, bijvoorbeeld een minister, een bestuursorgaan van een provincie, gemeente, waterschap of publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. De Wob is ook van toepassing op een instelling, dienst of bedrijf die onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzaam is.
Verder ken de Wob een doorzendplicht. Dat wil zeggen dat als een bij een bestuursorgaan binnengekomen Wob-verzoek betrekking heeft op informatie die berust bij een ander bestuursorgaan, dat dan het verzoek naar dat andere bestuursorgaan wordt doorgestuurd. Bij een schriftelijk Wob-verzoek wordt u hiervan op de hoogte gesteld. Bij een mondeling Wob-verzoek kunt u ook mondeling worden verwezen naar het juiste bestuursorgaan.
Hoelang duurt het voor u antwoord krijgt?
De beslissing op een Wob-verzoek wordt zo spoedig mogelijk genomen, met een maximale termijn van twee weken. Bij wijze van uitzondering bestaat de mogelijkheid deze termijn met nog eens twee weken te verlengen. Dit moet schriftelijk en gemotiveerd aan u worden medegedeeld voordat de eerste termijn is verstreken. Een bijzonder belang van de verzoeker kan aanleiding zijn voor het hanteren van een kortere beslistermijn.
Welke criteria gelden bij de beslissing op een Wob-verzoek?
Een verzoek om informatie wordt alleen afgewezen, als er één van de in de wet genoemde uitzonderingsgronden van toepassing is. Er zijn absolute en relatieve uitzonderingsgronden. Wanneer een absolute uitzonderingsgrond van toepassing is, moet het bestuursorgaan het verzoek om informatie weigeren en kan het bestuursorgaan geen eigen afweging maken.
Er is sprake van een absolute uitzonderingsgrond als de gevraagde informatie:
In geval van een relatieve uitzonderingsgrond moet het bestuursorgaan een bijzonder belang van de overheid afwegen tegen het algemene belang van openbaarheid. Weegt het bijzondere belang zwaarder, dan wordt openbaarmaking geweigerd. Bijzonder belangen van de overheid zijn de Nederlandse internationale betrekkingen; financiële en economische belangen; de opsporing en vervolging van strafbare feiten; inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; het belang van de eerste kennisname van de geadresseerde; en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling.
Een bestuursorgaan hoeft ook geen informatie te verschaffen uit documenten die bestemd zijn voor intern beraad, voor zover het gaat om de persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren of andere deelnemers aan dat interne beraad. Het bestuursorgaan mág dergelijke informatie overigens wel verstrekken, al dan niet geanonimiseerd, als dat in het belang van een goede democratische bestuursvoering wenselijk wordt geacht.
Wat kost een Wob-verzoek?
Op grond van het Besluit tarieven openbaarheid van bestuur kán een bestuursorgaan van de rijksoverheid een vergoeding vragen voor het verstrekken van kopieën, een uittreksel of een samenvatting van de inhoud van een document. Zeker bij Wob-verzoeken die betrekkelijk gering zijn, zullen over het algemeen geen kosten in rekening worden gebracht.
Hoe ziet het antwoord op een Wob-verzoek er uit?
Een bestuursorgaan heeft verschillende mogelijkheden om de gevraagde informatie te verstrekken:
Bij het kiezen tussen de verschillende vormen van informatie moet het bestuursorgaan rekening houden met uw voorkeur en met het feit dat de eigen werkzaamheden vlot door moeten kunnen gaan. In beginsel volgt het bestuursorgaan dus de uitgesproken of stilzwijgende voorkeur van de verzoeker, tenzij dit de vlotte voortgang van de werkzaamheden belemmert. Dit is het geval op het moment dat de bestuurlijke lasten onevenredig groot worden.
Meer informatie?
Hiervoor kunt u contact opnemen met de medewerker van het taakveld Juridische Zaken, telefoonnummer 0228-595060. De website van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties biedt veel informatie: www.minbzk.nl.
(Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)